In het offshore windpark GEMINI in de Noordzee wordt op grote schaal getest hoe oesterbanken zich kunnen vestigen binnen het park. Met een mengsel van schelpmateriaal en BESE-reef paste worden stabiele structuren gecreëerd als vestigingssubstraat tussen de monopiles.
Oesterrif herstel in windpark Gemini
Er zijn 25 bigbags (totaal ±25 m³) van een schelp–paste-mengsel op de zeebodem aangebracht tussen de monopiles. Het doel is het vormen van ruw, heterogeen substraat dat vestiging stimuleert van epifauna, met name de Europese platte oester (Ostrea edulis), en dat bijdraagt aan structuur en biodiversiteit in het windpark.
Behaalde resultaten
- De aangebrachte blokken bleven op hun plaats.
- Vestiging van oesterlarven is gaande.
Projectpartners
Ecologische verrijking in offshore windparken
Binnen windparken is de bodem vaak vlak en dynamisch, waardoor geschikt vestigingssubstraat ontbreekt. Door blokken van paste gemengd met schelpmateriaal te stapelen ontstaat reliëf dat minder snel wordt begraven en stabiel substraat biedt voor epifauna en rif-vormende soorten. Dit ondersteunt oesterbank herstel in offshore windpark Gemini en kan lokale biodiversiteit bevorderen.
Erosiebescherming in offshore windparken
Gebruikelijke erosiebescherming bestaat uit steen- en betonstructuren die aan het einde van de levensduur van een park (ca. 20–25 jaar) vaak moeten worden verwijderd, inclusief de aangroei daarop. Dat kan de onderwaterecologie tijdelijk verstoren. Biobased alternatieven die als aanhechting substraat functioneren, bieden mogelijkheden om ecologische waarden te behouden zonder extra harde structuren toe te voegen.
Kunstmatige riffen met BESE-reef paste
BESE-reef paste creëert een ruw oppervlak en poriën waar oesterlarven zich kunnen hechten. Omdat het materiaal biobased en biologisch afbreekbaar is, hoeft men het materiaal na de levensduur van het windpark doorgaans niet te verwijderen. De aangroei kan blijven staan en zo bijdragen aan natuurlijke biodiversiteit in het gebied, ook voorbij de operationele fase van het park.
Toepassingen van BESE-reef paste
De BESE-reef paste kan in mallen tot blokken worden gevormd en tussen monopiles of op bestaande scour protection worden geplaatst. Dit vergroot de kans op vestiging van rifbouwers zoals oesters.
Een andere optie is toepassing als coating op oppervlakken van monopiles of erosiebescherming, om aanhechting van schelpdieren – met nadruk op oesters – te stimuleren.
Veel gestelde vragen
Windpark GEMINI biedt ruimte tussen monopiles waar aanvullende structuur ecologische meerwaarde kan geven. De gematigde Noordzee condities, stroming en beschikbaarheid van voedseldeeltjes ondersteunen vestiging van filter feeders. Door gericht substraat toe te voegen ontstaat reliëf en ruwheid die oesterlarven helpt hechten, wat oesterbank herstel in offshore windpark Gemini versnelt.
Het BESE-reef paste mengsel is in blokken aangebracht en als piles op de zeebodem gestapeld. Deze configuratie beperkt begraving door sediment en bevordert stabiliteit. Plaatsing gebeurt met standaard offshore-handling, afgestemd op veiligheid, zicht en stroming. Het resultaat is een stabiel, ruw oppervlak dat vestiging van epifauna faciliteert.
Monitoring combineert ROV-inspecties met fotoregistratie en steekproeven. Er wordt gekeken naar dichtheid van spat (juveniele oesters), groeisnelheid, overleving en aanwezigheid van andere rifgebonden soorten. Zo ontstaat inzicht in seizoenale dynamiek, stabiliteit van de blokken en de bijdrage aan biodiversiteit binnen het windpark.
De blokken creëren microreliëf dat lokale stroomsnelheden en sedimenttransport kan temperen. Daardoor neemt de kans op volledige begraving af en blijft het substraat toegankelijk voor larven. De inrichting is aanvullend op bestaande scour protection en is ontworpen om stabiliteit te bieden zonder grote veranderingen aan de structuur van het windpark.
Omdat het substraat biologisch afbreekbaar is, is actieve verwijdering meestal niet nodig. De ontwikkelde aangroei – waaronder oesterbanken – kan blijven functioneren als natuurlijk habitat. Dit beperkt extra interventies en biedt continuïteit voor soorten die het substraat hebben gekoloniseerd, zelfs nadat turbines en technische infrastructuur worden ontmanteld.
Situatie vóór en na projectuitvoering
Resultaten
- 25 m³ Nieuw vestigingssubstraat aangebracht voor oesterlarven en andere mariene soorten.
- Biologisch afbreekbaar materiaal dat op de zeebodem kan achterblijven na de levensduur van het windpark, zodat de ontwikkelde aangroei behouden blijft.